Edelstenen worden bij chakrawerk vaak gekozen op kleur, uitstraling en de kwaliteit die iemand erin ervaart. Ze kunnen tijdens meditatie een tastbaar brandpunt vormen en helpen een intentie bij een bepaald chakra te houden.
Stenen van wortel tot kruin
Bij het wortelchakra worden onder meer rode jaspis, granaat en zwarte toermalijn gebruikt. Carneool en oranje calciet passen bij het sacrale chakra. Citrien en tijgeroog worden met de zonnevlecht verbonden. Rozenkwarts, groene aventurijn en smaragd horen vaak bij het hart.
Aquamarijn en blauwe chalcedoon worden bij de keel gelegd; lapis lazuli en sodaliet bij het derde oog; amethist, bergkristal en seleniet bij de kruin. Dit zijn veelgebruikte verbindingen, geen vaste regels.
Werken met aandacht
Houd een steen in je hand, leg hem naast je meditatieplek of plaats hem voorzichtig bij het chakra terwijl je ligt. Kijk naar kleur, gewicht, temperatuur en structuur. Laat de steen je eraan herinneren welke kwaliteit je wilt voeden.
Reinig en bewaar stenen op een manier die bij het materiaal past. Niet iedere steen kan tegen water, zonlicht of zout.
Jouw eigen verbinding
De steen die je persoonlijk aantrekt kan meer betekenen dan een standaardlijst. Gebruik de overzichten als beginpunt en onderzoek vervolgens welke kleur en structuur jou werkelijk helpen om bij het gekozen levensgebied aanwezig te blijven.
